CISTERCIENZERS VAN DE GEWONE OBSERVANTIE

DE CONGREGATIE "ONZE LIEVE VROUW MIDDELARES VAN ALLE GENADE"



"Onze Lieve Vrouw Middelares van alle genade", is de naam van de congregatie die gevormd wordt door de vier kloosters van de Cisterciënzers van de gewone observantie in België en Nederland.

Deze congregatie is in 1846 opgericht en bestond aanvankelijk uit de abdijen 'Val-Dieu' in Aubel en 'St.Bernard' in Bornem, beiden in België. In 1937 werd de congregatie uitgebreid met de priorij 'O.L.Vrouw van Onsenoort' te Nieuwkuijk in Nederland, welk klooster van die tijd af 'Mariënkroon' genoemd werd. In 1967 werd de congregatie opnieuw uitgebreid met de abdij van de monialen van 'Mariënlof' in Colen-Kerniel in België.

De congregatie is een monastieke congregatie, waartoe zowel mannen als vrouwen behoren, voor wie de hoogste norm van leven is: navolging van Christus, dat wordt voorgehouden in het evangelie, in een leven in gemeenschap met andere mannen, respectievelijk vrouwen, onder leiding van een overste; een leven in gemeenschap waarin alles gemeenschappelijk is behalve de relatie van iedere zuster of broeder tot God.

Iedere zuster, iedere broeder is op zoek naar God, heeft mensen ontmoet op haar of zijn weg die hetzelfde zochten en is samen met hen verder gegaan op zoek naar God: dit samen willen zoeken langs dezelfde weg, met dezelfde wegwijzers (de Regel van St.Benedictus en de constituties), dit "samen" en dit "op deze manier" is het fundament van onze congregatie en maakt ons tot echte broeders en zusters, leden van een en dezelfde familie.

God zoeken en Hem vinden is dus het doel van ons monastieke leven; en de Middelaar en de Weg naar God is voor ons de Christus die in de Kerk, de communiteiten en in de Sacramenten aanwezig is. Hem willen we door ons kloosterleven met liefde navolgen. Aan dit doel alleen ontlenen onze kloosters hun recht van bestaan. Alle andere doeleinden moeten hierop gericht en hieraan ondergeschikt zijn en mogen nooit boven het plafond van het religieus leven gesteld worden.

Het monastieke leven is op de eerste plaats een leven van gebed. Daarom ook zal het gebed de voornaamste plaats innemen in het leven van iedere monnik en moniale. Zij zijn immers geroepen het gebed van Christus in de Kerk voort te zetten, vooral in de viering van de Eucharistie en het koorgebed, het gemeenschappelijk bidden van de psalmen, en de meditatie. De gezamelijke viering van het "Goddelijk Officie" vervult de gemeenschap in eenheid met de Kerk en het priesterlijk dienstwerk van Christus.

Het is reeds een oude traditie dat de Cisterciënzerorde zich dienstbaar maakt in de zielzorg. Dit gebeurt tot op de dag van vandaag nog door de verschillende kloosters. Men moet deze pastorale inzet beschouwen als een broederlijke dienst aan de mensen mits die gewetensvol en in het bewustzijn van de ware verantwoordelijkheid verricht wordt.

Deze activiteiten naar buiten worden verricht door de zending en in naam van de Kerk en onder de verantwoordelijkheid van de plaatselijke bisschop èn de kloosteroverste.

De gastvrijheid is ook een van de belangrijkste opgaven van de Cisterciënzers. Graag en met liefde zullen zij mensen ontvangen die in nood verkeren of om rust en bezinning aan de kloosterpoort aankloppen. De Regel van St.Benedictus zegt daarover: "Alle gasten en bezoekers moeten ontvangen worden als Christus zelf; Hij zal eenmaal zeggen: "Ik kwam als gast en gij hebt Mij ontvangen" (Mt. 25,35) Aan ieder wordt de eer bewezen die men hem verschuldigd is, maar heel in het bijzonder aan de geloofsgenoten en aan hen die ontheemd zijn."(hst. 53)

Homepage van de cisterciënzers van de gewone observantie





Volgende pagina
Hoofdpagina